Vlees en vis was allemaal geen probleem, pasta’s, rijst en brood, kom maar door. Groenten als spruitjes, lof, andijvie en witte bonen in tomatensaus, mag ik die meetellen, waren geen enkel probleem. Ook met snijbonen, kapucijners, worteltjes en zuurkool had ik nauwelijks moeite. Sterker nog, zuurkool en kapucijners zijn nog altijd favoriet. De enige groenten die ik moeilijk kon weg krijgen waren warme paprika (mams moest het heel fijn snijden in de pasta’s) en koolraap.
Ik kan me herinneren dat ik eens tweeënhalfuur aan tafel heb gezeten om een bordje van drie keer niets naar binnen te werken. Mijn vader achter de krant met één oog op mij en de ander op de plantenbak dichtbij controleerde mijn vorderingen nauwlettend. Mijn moeder vond het na een uur wel genoeg en probeerde manlief over te halen de ellende te stoppen, maar helaas. Alles moest op. Drama. Drama was het bijna iedere dag met mijn broertje. Inmiddels een groter horecadier dan ik en veel minder kieskeurig trouwens. Hij presteerde het om met een puntje van zijn vork de stukjes ui nog uit de macaroni te vissen. Een werkje dat zo lang duurde dat hij nooit een warme hap heeft geproefd. Doperwtjes waren steevast goed om ondergetekende mee te beschieten en champignons mochten niet eens in de buurt van zijn bord komen, daar zit nog tuin aan. Om de verse appelmoes en stoofpeertjes daarentegen sloegen we elkaar zowat de hersens in. |
Inmiddels eet ik alles wat ik op mijn bord krijg en kan ik van de meeste gerechten, mits goed bereid, prima genieten. In mijn afgelopen vakantie bestelde ik dan ook vol goede moed Andouillettes, Franse worstjes, gemaakt van slachtafval, gepocheerd en geserveerd met pittige mosterd. Het moment dat ik met mijn mes een eerste stuk afsneed, begon de rest van de familie aan tafel bijna letterlijk over te geven. De geur is bizar sterk. Ik werd gesommeerd heel snel te eten, de worst ver weg de bosjes in te werpen of bij voorkeur heel snel een andere familie op te zoeken. Omdat ik stront eigenwijs ben, heb ik met veel pijn en moeite nog wel een halve worst opgegeten, maar ik hield van het hele gebeuren toch een nare smaak in mijn mond.
Ik kan me herinneren dat ik eens tweeënhalfuur aan tafel heb gezeten om een bordje van drie keer niets naar binnen te werken. Mijn vader achter de krant met één oog op mij en de ander op de plantenbak dichtbij controleerde mijn vorderingen nauwlettend. Mijn moeder vond het na een uur wel genoeg en probeerde manlief over te halen de ellende te stoppen, maar helaas. Alles moest op. Drama. Drama was het bijna iedere dag met mijn broertje. Inmiddels een groter horecadier dan ik en veel minder kieskeurig trouwens. Hij presteerde het om met een puntje van zijn vork de stukjes ui nog uit de macaroni te vissen. Een werkje dat zo lang duurde dat hij nooit een warme hap heeft geproefd. Doperwtjes waren steevast goed om ondergetekende mee te beschieten en champignons mochten niet eens in de buurt van zijn bord komen, daar zit nog tuin aan. Om de verse appelmoes en stoofpeertjes daarentegen sloegen we elkaar zowat de hersens in. |
Inmiddels eet ik alles wat ik op mijn bord krijg en kan ik van de meeste gerechten, mits goed bereid, prima genieten. In mijn afgelopen vakantie bestelde ik dan ook vol goede moed Andouillettes, Franse worstjes, gemaakt van slachtafval, gepocheerd en geserveerd met pittige mosterd. Het moment dat ik met mijn mes een eerste stuk afsneed, begon de rest van de familie aan tafel bijna letterlijk over te geven. De geur is bizar sterk. Ik werd gesommeerd heel snel te eten, de worst ver weg de bosjes in te werpen of bij voorkeur heel snel een andere familie op te zoeken. Omdat ik stront eigenwijs ben, heb ik met veel pijn en moeite nog wel een halve worst opgegeten, maar ik hield van het hele gebeuren toch een nare smaak in mijn mond.
