Op Wikipedia zie ik dat bbq-en eigenlijk van de Indianen afkomstig is. In de 17e eeuw waren rond de Caribische eilanden Franse en Engelse boekaniers actief. Ze namen van inheemse piraten de techniek over om vlees, vooral van varkens, langzaam (let op langzaam dus) te roosteren om het langer houdbaar te maken. Vermoedelijk is ook het woord, dat via het Spaanse barbacoa in het Engels terechtkwam, van Indiaanse afkomst: bijvoorbeeld bij de Taino-indianen betekent barabicu 'het heilige vuurbed'.
Dat heeft toch iets meer charme dan onze Hollandse versie lijkt me zo. Langzaam genieten en de producten met liefde behandelen. Niet in de fik steken aan de onderkant en de rauwe bovenkant uittuffen in het grasveld. Die typisch Hollandse barbecue kan van mij in de brand gestoken worden en dan vanaf de poten welteverstaan.
Weet je wat ik nou leuk vindt? Een visje erop leggen. Op het gemakkie. Rustig wachten tot de kooltjes wit/grijs zijn en zonder een liter spiritus eroverheen te sproeien. Gewoon op het rooster met verse kruiden, een citroentje en wat grove stukken groente. Een mooie salade erbij en uiteraard een heerlijke wijn. Een licht verteerbare maaltijd en dus niet nog ’s avonds half ontploft in je bed schuiven. Met één been buiten het bed en je pyjamabroek op je knieën.
Jammer genoeg zijn weinigen het met me eens. De massaconsumptie viert hoogtij en ook al roepen we allemaal heel hard dat het meer slow food moet worden en dat we nu echt gezonder moeten gaan leven, de dagelijkse praktijk leert ons anders. Niet lang geleden stond ik in de rij voor een bbq op een strand evenement (het was zelfs mooi weer). Voordat de kok klaar was met het vlees kwamen de eerste elleboogwerkers al terug met een bordje vol. Nou ja, bordje …. Het deed meer denken aan een rij omgekeerde GFT bakken. Gênant en asociaal tegelijk.
Meestal start ik laat in een groep barbecuers omdat ik een hekel heb aan voordringen, maar eigenlijk is er geen goed moment om in te stappen. De rij houdt namelijk nooit op. De mensen die vroeg starten gaan namelijk gewoon voor een tweede en een derde keer en kijken nog verwonderd als ze bij de derde keer geen hamburgers meer krijgen. “We hebben maar twee keer opgeschept! Das toch geen berbecue?”
